Bij Haren brengen we op verschillende plekken buitendijks, aan de rivierzijde, antigraaf gaas aan. Ook wel beverwerend gaas genoemd. Over een lengte van ongeveer 300 meter komt het gaas op plekken waar het risico bestaat dat bevers en dassen bij hoogwater gangen of burchten in de dijk gaan graven. Dit kan de dijk verzwakken. Ook bij de televisietoren is het gaas aangebracht, omdat in de nabijgelegen poel een beverburcht zit.
Zowel verticaal als horizontaal
Het gaas brengen we zowel verticaal als horizontaal aan. Langs de binnendijkse sloten wordt gaas met een lengte van 2,5 tot 4 meter verticaal aangebracht in de grond. Afhankelijk van het grondwaterpeil en de slootbodem. Om te voorkomen dat dassen of bevers vanuit de sloot in de dijk gaan graven. Bij de televisietoren hebben we verticaal gaas aangebracht omdat hier de geul bij de dijk ligt. Het risico bestaat dat bevers al bij normale waterstanden vanuit de geul gangen graven richting de dijk.
Op de plekken waar we het gaas schuin op de dijk aanbrengen (horizontaal), is dat om te voorkomen dat de dieren in de dijk gangen maken bij hoogwater. Ook worden sommige sloten gedempt en struiken verwijderd, zodat bevers en dassen zich minder snel in de buurt van de dijk vestigen. Op meerdere plekken tussen Ravenstein en Lith brengen we antigraaf gaas aan. In totaal zo’n 7 tot 8 kilometer aan gaas.
Tegelijkertijd komt er ruimte voor de bever en voor de das. Er komen speciale beverterpen in de Diedensche Uiterdijk. Dit is uniek in Nederland. Deze hoger gelegen plekken bieden bevers, en ook de das, een veilige plek als het water stijgt, zonder dat ze hun toevlucht hoeven te zoeken in de dijk. Zo gaan waterveiligheid en natuurontwikkeling hand in hand. Uiteraard kunnen ze deze plekken ook bereiken bij laag water.





